De enige constante is verandering

De enige constante is verandering

Deze woorden schreef de Griekse filosoof Heraclitus ruim 2500 jaar geleden. Als hij toentertijd naar de toekomst had kunnen reizen, zou hij waarschijnlijk verbijsterd zijn geweest over het tempo waarin veranderingen zich in ons huidige tijdperk van technologie en digitalisering voltrekken. Wat zouden wij aantreffen als we met behulp van een tijdmachine in de toekomst konden kijken? Hoe zal het onderwijs eruit zien? Vergelijkbaar met nu, of totaal anders? En wat betekent dat dan voor de manier waarop we het onderwijs organiseren?

Tekst: Edith de Wit
Fotografie: Lilian van Rooij

Samen met professionals uit de onderwijswereld hebben we een poging gewaagd om mogelijke toekomstscenario’s in kaart te brengen. Niet om pasklare antwoorden te vinden, wel om de discussie te voeren over de veranderende rol van onderwijsinstellingen en de mensen – zowel docenten als onderwijslogistieke professionals – die in het onderwijs werken. Omdat dé toekomst wel erg groot is, beperken we ons tot het jaar 2030. Om te durven dromen hebben we het toekomstbeeld geschetst zoals samengevat in de foto hierboven. Een wereld waarin we ons per vliegende auto verplaatsen, door een VR-bril kijken en Nederland en België door de toenemende regen en stijgende zeespiegel één land zijn geworden. In drie sessies behandelen we drie fases van het onderwijslogistieke proces, namelijk: het proces van oriënteren en aanmelden, het proces van studievolg en het proces van roosteren en plannen.

De onderwijslogistiek van de toekomst

Sessie 1: Oriënteren en aanmelden
Met welke type studenten hebben we te maken in 2030, hoe ziet hun wereld eruit en welke criteria zijn voor hen belangrijk bij het kiezen van een passende opleiding? Susanne Nieuwland en Eline Meijerink van Omix gingen in gesprek met onderwijsmensen Geert van Iperen, Linda Veldhuis, Sigrid Bleize en Fokke Uiterwaal. Vanuit hun verschillende functies en perspectieven leverden zij allen een waardevolle bijdrage aan het complete verhaal. De deelnemers werd verzocht om compleet ‘out of the box’ te denken. In deze brainstormsessie over de onderwijswereld van de toekomst mocht en kon alles anders. Het leverde twee toekomstscenario’s op rondom de fictieve, toekomstige studenten Anna en Sam.

Anna in 2017
Anna is een meisje van zeven jaar. Ze woont in een dorp en woont zo dichtbij school dat ze er lopend naartoe kan. In deze beschermde, rustige omgeving heeft ze de ruimte om zich te ontwikkelen. Ze heeft het naar haar zin op school en ze kan goed meekomen. Lezen vindt ze het lastigst. Na schooltijd speelt ze vaak met haar vriendinnen. Anna is een actief, sportief meisje dat goed is in tennis en graag buiten speelt. Ze heeft nog geen eigen mobieltje, maar thuis is er wel een laptop en tablet voor algemeen gebruik, waarop Anna graag spelletjes doet, naar Youtube filmpjes kijkt en haar favoriete vloggers volgt. Ze wil zelf ook graag beroemd worden, maar juf worden lijkt haar ook heel leuk. Verder houdt ze zich nog niet zo bezig met de toekomst.

Anna in 2030
Anna is een jonge volwassene die haar middelbare school heeft afgerond en nu keuzes moet maken over de opleiding die ze wil gaan volgen. Ze heeft tijdens de middelbare school een aantal vakken op het hoogste niveau gevolgd en een aantal op middenniveau. Haar talent en liefde voor sport heeft ze verder uitgebouwd, zo heeft ze onder andere ervaring opgedaan als trainer/coach van de jeugdafdeling van de tennisvereniging. Deze vaardigheden zijn opgenomen in haar competentiedossier. Anna vindt het leuk om te werken met kinderen en overweegt om een lerarenopleiding te gaan doen. Dan moet ze echter nog wel werken aan haar taalvaardigheid, want dat is niet haar sterkste punt. Gelukkig zijn daar in het eerste jaar van de vervolgopleiding aparte modules voor te volgen. Ook kan ze tijdens dat eerste, brede oriëntatiejaar al korte stages lopen bij verschillende soorten onderwijsinstellingen om te ervaren of dit werk echt bij haar past. Er zijn meerdere onderwijsinstellingen waar Anna terecht kan met haar profiel en competenties, maar er zijn er maar enkele die zich helemaal richten op het werken met kinderen. Dat maakt de keuze voor Anna een stuk makkelijker.
De studieadviseur van de nieuwe school heeft haar verteld dat ze nu nog niet alles al hoeft te weten. Ze krijgt de ruimte om te proeven van de verschillende expertises binnen het vakgebied en het werkveld. Als ze haar opleiding heeft afgerond en ze zich na een aantal jaar nieuwe kennis en vaardigheden wil eigen maken, kan ze zich bovendien eenvoudig bijscholen bij dezelfde onderwijsinstelling. Eigenlijk is ze nooit echt klaar met leren en blijft ze altijd verbonden met de school. Dat voelt prettig en vertrouwd.

Sam in 2017
Sam is een vrolijke, sociale man van begin dertig. Hij werkt als postbode en is voor iedereen in de buurt een bekend gezicht. Hij houdt van zijn werk, het elke dag lekker buiten en in beweging zijn. Ook geniet hij van de interactie met zijn buurtbewoners. Zelf is hij geboren en getogen in deze bedrijvige buurt. Sam is getrouwd en vader van twee kinderen van twee en vier jaar. In het weekend is hij voetbalcoach van de F-pupillen. Sam is een positief ingesteld mens. Hij is tevreden als het goed gaat met zijn gezin en hij zijn kinderen een goede toekomst kan bieden. Soms maakt hij zich daar wel eens zorgen over. Hij is in dit vak gerold en ziet dat er collega’s zonder werk zijn komen te zitten. Sam heeft een mbo-opleiding voor de detailhandel afgerond, maar ook in die sector gaat het de laatste jaren niet zo florissant. Hij hoopt er maar het beste van.

Sam in 2030
Sam is midden veertig. Wat kaler, maar nog altijd even opgeruimd en vol energie. Samen met zijn vrouw heeft hij inmiddels vier kinderen, waarvan de oudste twee al bijna klaar zijn met hun middelbare school. Hij zit op dit moment wel in een lastige fase van zijn leven. Zijn werk als postbode, dat hij al die jaren met veel plezier heeft gedaan, bestaat niet meer. Alles gaat nu digitaal. Maar hij wil graag werken, voor zichzelf maar ook om zijn kinderen vooruit te kunnen helpen. Hij zoekt een duurzame oplossing, een baan waarmee hij het liefst tot zijn pensioen zijn brood kan verdienen. Maar wat? Naast zijn vrijwilligerswerk als voetbalcoach is Sam de afgelopen tien jaar actief geweest in het buurtwerk. Omdat hij iedereen kent en gemakkelijk een praatje maakt, heeft de gemeente in hem een goede partner om mee te denken en te werken aan de sociale cohesie in zijn wijk. De wethouder met wie Sam een goed contact heeft, adviseert hem dan ook te solliciteren bij de gemeente. Hoewel hij geen opleiding heeft op het gebied van welzijnswerk en -beleid, kan hij wel ervaringscertificaten verkrijgen voor zijn bewezen competenties. Deze certificaten worden opgenomen in zijn digitale competentiedossier. Sam gaat praten met de HR-adviseur van de gemeente, die hem aanraadt om een aantal specifieke modules te volgen om ook zijn kennis op het gebied van welzijnswerk en wet- en regelgeving op niveau te krijgen. Deze modules kan hij gedeeltelijk digitaal volgen in combinatie Sam met colleges bij het regionale opleidingsinstituut met wie de gemeente samenwerkt. Sam heeft een nieuw doel en gaat ervoor!

Implicaties en dilemma’s

Vanuit deze scenario’s komen in het gesprek met de onderwijsprofessionals diverse implicaties en dilemma’s naar voren. Als niveaus verdergaand worden losgelaten en er naast jonge studenten ook steeds meer mensen de behoefte hebben om op latere leeftijd bij te leren, wat betekent dit dan voor onderwijsinstellingen en professionals in het onderwijs? We zetten de hoofdpunten op een rijtje:

  • Er is meer ruimte voor de persoonlijke talenten van ieder individu, scholen kijken niet alleen meer naar cijfers maar ook naar competenties. Wat betekent dat voor het toelatingsbeleid?
  • Jonge mensen krijgen de speelruimte die ze nodig hebben, maar hebben ook goede begeleiding nodig van bijvoorbeeld de studieadviseur, zodat ze enerzijds weten wat er allemaal mogelijk is en anderzijds wat er van hen wordt verwacht. De functie van studieadviseur is en blijft dus belangrijk. Als we uitgaan van het concept ‘Een leven lang leren’ zullen zij in de toekomst ook volwassen professionals gaan adviseren. Vraagt dit misschien ook om aanvullende scholing voor de studieadviseurs zelf?
  • Het is voor professionals die al een tijd werken mogelijk om ervaringscertificaten te behalen. Welke rol kunnen onderwijsinstellingen hierbij spelen?
  • Voor oudere studenten is het belangrijk om steeds te kunnen bij- of omscholen. De vraag naar modulair onderwijs neemt toe. Hoe gaan onderwijsinstellingen daarmee om?
  • Als we in de toekomst toe willen naar een persoonlijk competentiedossier dat met een student meegroeit vanaf de middelbare school, hoe zouden onderwijsinstellingen daar dan samen vorm aan kunnen geven?
  • De scheiding tussen leren op de werkvloer en leren op school wordt meer fluïde. Dit vraagt om een nauwere samenwerking tussen onderwijsinstellingen, bedrijven en andere organisaties, zoals overheden. Hoe kan dit worden vormgegeven?
  • Steeds meer onderwijs zal (gedeeltelijk) digitaal worden aangeboden. Is de kennis en kunde op dat terrein binnen onderwijsinstellingen groot genoeg?
  • Het type student zal veranderen. Vooral de oudere student is niet gemakkelijk te vinden. Om deze groeiende groep toch te bereiken, zullen onderwijsinstellingen hun beleid ten aanzien van voorlichting en werving moeten aanpassen. Wat is er mogelijk en wenselijk naast de online aanwezigheid?

Toekomstscenario’s van professionals:

Linda Veldhuis, decaan Montessori College Twente

“Het onderwijs wordt vaak gezien als star, maar dat ervaar ik niet zo. Ik vind het leuk om mee te denken over nieuwe dingen. Het is goed om te horen hoe mensen vanuit andere functies aankijken tegen het onderwijs van de toekomst. Tijdens de introductieronde vertelden de deelnemers over hun eigen opleiding en loopbaan. Bijna niemand doet nog het werk waar hij of zij in eerste instantie voor heeft gekozen. Dat neem ik mee terug naar mijn leerlingen. Scholieren hebben vaak het idee dat ze nu moeten kiezen voor de rest van hun leven. Ik wil ze meegeven dat dit een proces is. Het helpt als je concrete voorbeelden kunt geven van loopbaanverhalen.

De uitdaging van het onderwijs van de toekomst is dat kinderen de kans krijgen om te ontdekken wie ze zijn. Nu focussen scholieren helemaal op het einddoel, hun examen. Alles is opgedeeld in blokken. Maar een leven lang leren begint al op school. Tussen, voor en en na het examen zou geen harde knip moeten zitten. Denk wat meer op de lange termijn. Richt je niet alleen op examenresultaten, maar laat scholieren een portfolio opbouwen waarin ze ook andere ervaringen en competenties kunnen opnemen. Ik pleit voor een basisjaar na het middelbare schooldiploma. Een algemeen introductiejaar, waarin scholieren even op adem kunnen komen en de tijd krijgen om nieuwe opties uit te proberen. Ik denk dat hierdoor de uitval in het eerste jaar van het vervolgonderwijs ook zal verminderen.”

Fokke Uiterwaal, senior communicatieadviseur Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

“Ik heb met plezier meegedaan aan deze sessie over de toekomst van het onderwijs, omdat we het hier niet hebben over een denkbeeldige situatie. We weten niet precies hoe het er straks uit zal zien, maar dat het onderwijs flexibeler moet worden daarvan ben ik overtuigd, bijvoorbeeld in de modulaire aanpak van het onderwijsaanbod. Die maakt het voor studenten gemakkelijker om zich later in hun loopbaan bij te scholen. We hebben op dit moment nog geen haalbare oplossing voor dit gedachtegoed van een leven lang leren. Er is binnen onderwijsinstellingen wel belangstelling voor mogelijke toekomstscenario’s maar men is er in mijn ogen nog niet genoeg mee bezig.

Deze sessie heeft me aan het denken gezet over welke stappen wij nog moeten zetten op het gebied van communicatie en werving. Volgens mij zullen instellingen zich sterk moeten specialiseren en een soort van ‘niche’ modules moeten gaan aanbieden met een duidelijker segmentatie. De rol van marketing en communicatie is nu nog veelal volgend. Ik verwacht dat de komende jaren onze adviserende rol richting het onderwijs groter zal worden. Voor wat betreft de werving van jonge studenten zal er, denk ik, niet veel veranderen, maar het zal een uitdaging worden om de communicatiekanalen richting potentiële volwassen studenten te vinden. Daarin kunnen scholen nog veel meer samenwerken met het werkveld en andere belanghebbenden, zoals gemeenten en het UWV. Daarnaast moeten we gaan nadenken over alumnibeleid. Je wilt de verbinding met je oud-studenten in stand houden, zodat ze je later in hun carrière ook weer weten te vinden.”

Geert van Iperen, roostermaker Hogeschool Utrecht

“Ik ben nog niet zo lang werkzaam in het onderwijs, sinds juni werk ik als roostermaker bij de HU. Nadat ik 39 jaar bij V&D heb gewerkt, heb ik me vorig jaar omgeschoold tot roostermaker bij Omix Roostervakschool. Ik ben dus een voorbeeld van iemand die op latere leeftijd, al dan niet noodgedwongen, iets heel anders is gaan doen. Deze sessie heeft me vooral meer geleerd over hoe het in het onderwijs werkt, omdat we aan tafel zaten met deelnemers vanuit verschillende functies. Het idee van een leven lang leren heb ik zelf in de praktijk ervaren. Na de fotovakschool heb ik aan het begin van mijn loopbaan een tijdje in een fotozaak gewerkt. Toen dat ophield, kwam ik op de foto-afdeling van V&D. Dat beviel heel goed. Ik heb bij V&D allerlei opleidingen mogen volgen zodat ik kon doorgroeien naar middenkader en hoger kader functies. Ik ben dus altijd blijven leren, waardoor ik weinig moeite had met het idee van omscholen tot roostermaker. Het leren ging me goed af en nu wil ik me graag verder ontwikkelen in mijn nieuwe vak van roostermaker binnen de HU.”

Sigrid Bleize, studieadviseur en beleidsmedewerker Radboud Universiteit Nijmegen

“Het studiekeuzeproces is belangrijk en zal dat ook in de toekomst blijven. Als studieadviseur heb ik hier dagelijks mee te maken en ik zie hoe moeilijk studenten en scholieren het vinden om hun weg te vinden en de juiste stappen te zetten. Ik vond het inspirerend om na te denken over hoe het onderwijs er over zo’n 15 jaar uit zou kunnen zien; wat kunnen we en wat willen we? Het werkt goed om dat te doen los van je werkplek en ook buiten de vaste kaders van je eigen werk. Ik werk voor de letterenfaculteit, waar wij te maken hebben met dalende studentenaantallen. Wij leiden studenten op tot expert in bijvoorbeeld Duits, Engels of kunstgeschiedenis. Geesteswetenschappers zijn op allerlei gebieden inzetbaar en vervullen een belangrijke rol in de maatschappij als het gaat om het duiden van ontwikkelingen en het reflecteren op de maatschappij als geheel. Ze zijn analytisch sterk en zijn in staat om ‘het grote plaatje’ te zien. Het is voor ons als faculteit de uitdaging om deze maatschappelijke waarde goed voor het voetlicht te brengen. Maar hoe vertel je dat verhaal en hoe kunnen onderwijsvernieuwingen ons wellicht gaan helpen om de studie nog aantrekkelijker te maken voor studenten? Dat zijn vragen waar we ons over moeten buigen. Ik zorg er in ieder geval voor dat een exemplaar van dit artikel op het bureau van de decaan terechtkomt.”