Het proces van studievolg

Het proces van studievolg

De tweede sessie rondom het thema onderwijslogistiek van de toekomst stond in het teken van het proces van studievolg. Als een student zich straks eenmaal heeft aangemeld voor zijn of haar opleiding hoe gaat het dan verder? Is de onderwijslogistieke ondersteuning nog vergelijkbaar met hoe het nu is? Hoe gaan we om met normering, toetsing, cijferregistratie en uiteindelijk de kwalificatie en uitstroom van de student? Bestaat er eigenlijk nog wel een studentenadministratie? In welke vorm gaan we het onderwijs aanbieden en wat betekent dat bijvoorbeeld voor de onderwijsgebouwen? Annet de Kiewit (studieadviseur Universiteit Twente), Ernst Slappendel (docent Haagse Hogeschool) en Alésha ten Berge (adviseur onderwijs Twynstra Gudde) brainstormden over deze spannende vragen. Rudi ter Riet en Leonie Roetert Steenbruggen van Omix begeleidden de sessie.

Tekst: Edith de Wit
Beeld: André Weenink
Gepubliceerd in november 2017

Met elkaar probeerden de deelnemers aan deze sessie het studiepad te visualiseren dat de student in 2030 mogelijk zou kunnen volgen en daarbij de implicaties voor de onderwijslogistiek aan te geven. Uitgangspunt was dat onderwijslogistiek nu en in 2030 alle ondersteunende processen omvat die de ontmoeting tussen docent en student mogelijk maken, in wat voor vorm deze ontmoeting dan ook plaatsvindt. De tekenaar aan tafel, André Weenink, heeft direct de gesprekken aan tafel in een afbeelding weergegeven en in dit artikel volgen we een student in de toekomst.

Om de tekst leesbaar te houden is in dit artikel de mannelijke vorm aangehouden. Het spreekt voor zich dat een en ander even goed voor vrouwen geldt.

Vaste leerroutes verdwijnen

In de toekomst is er veel meer vrijheid voor de student om zijn eigen pad uit te stippelen. Vaste routes bestaan niet meer. Het onderwijs is ingericht in zogenaamde themaclusters. De student kiest dus zelf welke thema’s hij interessant vindt en hoe hij de verschillende thema’s gaat combineren en inplannen. Omdat er geen vaste klassen en mentoren meer zijn, krijgt iedere student een persoonlijke studie- en loopbaanbegeleider. Deze helpt de student om zijn keuzes te maken, waarbij hij niet alleen kijkt naar de competenties van de student maar ook naar wat bij iemand past en wat iemand graag doet. Centrale vragen daarbij blijven: Wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik? Deze adviseur begeleidt de student gedurende zijn hele schoolloopbaan.

Op pad

Op basis van de afspraken die hij heeft gemaakt met zijn studiebegeleider gaat de student op pad. Hij is zelf verantwoordelijk voor het verzamelen van zijn leerervaringen en certificaten. Geholpen door handige computersystemen kan hij zijn eigen administratie voeren, daar is geen studentenadministratie meer voor nodig. Hoewel het klassikale onderwijs niet meer de norm is, blijven schoolgebouwen een belangrijke fysieke plek om anderen, docenten, medestudenten en vakprofessionals te ontmoeten en samen te werken. De school is een neutrale plek, die ruimte biedt om te onderzoeken en te verkennen.

Themagebieden in plaats van strak programma

In plaats van te denken in lijnen van vaste opleidingen met een strak programma, wordt het onderwijs aangeboden in themagebieden, die bestaan uit meerdere onderdelen en leermomenten. Dit zijn bijvoorbeeld: projectmatig samenwerken, leren op de werkvloer, proeftuinen op school, MOOCS en ander vormen van e-learning maar ook de traditionele meester-gezelsessies. Deze verschillende vormen van leren zijn niet strikt van elkaar gescheiden, maar lopen veel meer door elkaar heen. Er is ruim gelegenheid voor de student om ‘on the job’ ervaring op te doen. De muren tussen middelbaar en hoger onderwijs zijn geslecht, de overgang van middelbaar naar hoger onderwijs wordt veel meer fluïde.

De rol van de docent

Hoewel kennis digitaal te verkrijgen is, blijft het voor de student belangrijk om deze kennis te leren toepassen en zich een bepaalde houding en vaardigheden eigen te maken. De coachende rol van de docent om de student door zijn leerproces te begeleiden, wordt belangrijker. Een andere belangrijke rol van docenten blijft het inspireren van studenten; het proberen een vonkje te veroorzaken zodat de student enthousiast wordt en alles wil weten over een bepaald onderwerp. In kleinere inspiratie- en discussiesessies kan de docent dieper ingaan op de inhoud. In deze sessies wordt er veel gelezen, geschreven en gediscussieerd met elkaar.

Student vult eigen virtuele rugzak

De student doorloopt meerdere themaclusters, binnen ieder cluster heeft hij veel verschillende leermomenten. Hij krijgt kennis en ervaring aangereikt van verschillende kanten. Zijn virtuele rugzak vult zich met al deze leerresultaten. Hij is zelf verantwoordelijk voor het vullen van de rugzak maar krijgt daarin wel ondersteuning van de docenten, begeleiders op de werkvloer en zijn persoonlijke studie en loopbaanbegeleider. Hierbij is niet alleen sprake van procesbegeleiding maar ook van persoonlijke inhoudelijke begeleiding. De persoonlijke ervaringen die de student opdoet tijdens het leren worden besproken met de begeleider en/of de docent: waarom vindt hij iets wel of niet leuk, welke kant wil hij verder ontwikkelen? Dit is met name van belang voor de jonge student.

Kwalificatie

Onderwijs dient niet alleen een persoonlijk doel maar ook een maatschappelijk doel. Het is dan ook noodzakelijk dat de individuele leerprestaties van de student door het werkveld en de maatschappij gewaardeerd kunnen worden vanuit een gemeenschappelijk kader, dat zowel nationaal als internationaal waarde heeft. Hierin ligt een taak voor de overheid die deze kaders en niveaus vaststelt en wellicht een aparte toetsinstantie. Want toetsing blijft dus nodig. Na het afronden van ieder themacluster moet de student een proeve van bekwaamheid afleggen. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld met behulp van computersimulaties en serious gaming.

Uiteindelijk leidt dit niet tot één diploma, maar tot een verzameling van certificaten op verschillende niveaus. Hierdoor kunnen de persoonlijke talenten en interesses van studenten optimaal ontwikkeld worden. Je hoeft immers niet overal goed in te zijn en kunt excelleren op bepaalde onderdelen. De keuze die de student maakt in de opbouw van zijn themaclusters bepaalt of hij zich ontwikkelt als generalist of specialist.

Een leven lang leren

Hoewel we in dit artikel vooral zijn uitgegaan van het studievolgproces bij jonge studenten, past de opbouw in themaclusters ook heel goed bij het proces van een leven lang leren. De ervaren student kiest zelf welke onderdelen van het themacluster voor hem interessant en noodzakelijk zijn om bij te blijven in het werkveld of om te scholen als hij dat wil. De toetsing bepaalt uiteindelijk voor iedere student, met veel of weinig werkervaring, of hij over de benodigde kwalificaties beschikt.

Veranderende rol van onderwijslogistiek

Uitgaande van het bovenstaande scenario zien we dat de rollen in het onderwijs gaan verschuiven. Sommige zullen waarschijnlijk helemaal verdwijnen, maar er ontstaan ook weer nieuwe. De nadruk op talentontwikkeling van individuele studenten vraagt andere vormen van begeleiding en daarmee ook van de ondersteuning. De rol van docent verschuift van kennisoverbrenger meer in de richting van begeleider en inspirator. Met behulp van handige IT-applicaties, zoals blockchain en cloud-oplossingen, worden onderwijslogistieke werkzaamheden op het gebied van registratie en administratie minder, de docent en student doen zelf meer. Er komt echter wel een nieuwe rol, namelijk die van de regisseur van het geheel: wie houdt overzicht en zorgt ervoor dat alles goed verloopt? Hier liggen mooie, nieuwe kansen voor onderwijslogistieke professionals.