J.O.O.P. Onderwijsbegrip van 2020: hybride onderwijs

J.O.O.P.

Onderwijsbegrip van 2020: hybride onderwijs

Ik kan me niet herinneren dat er vroeger vaak gebruik werd gemaakt van het woord “hybride”. Althans, los van “hybride auto’s” passeerde het woord in de kringen waarin ik verkeer zelden de revue. Terugkijkend op afgelopen jaar is dit woord niet meer weg te denken en een begrip geworden waar we in het onderwijs mee blijven werken.

Tekst: J.O.O.P.
Media: Omix
Gepubliceerd in maart 2021

Hybride onderwijs is een ontwikkeling waar we in de onderwijswereld trots op mogen zijn. Het is een ontwikkeling die met kleine stappen al enige voeten in de aarde had gekregen. De coronapandemie heeft een stroomversnelling met zich meegebracht. De nood is hoog en ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Van docenten tot aan opleidingsmanagers komt de vraag naar hybride onderwijs. Natuurlijk, dat wil ik ook, maar daarbij stel ik mezelf wel de vraag: “Wat is hybride onderwijs precies?”

Wat is hybride onderwijs precies? Volgens mij is het te vergelijken met een hybride auto.

Ik doe een korte rondvraag bij mijn collega’s en merk dat er verschillende definities in omloop zijn. Uiteindelijk hebben deze definities wel één gemeenschappelijke deler: Hybride onderwijs is een onderwijsvorm die fysiek met digitaal onderwijs combineert, waarbij de nadruk ligt op het passend maken van het onderwijs naar de omstandigheden. Volgens mij is het te vergelijken met een hybride auto. Het rijden is heel efficiënt met een elektrische motor, maar voor sommige stukken is het nodig om verder te gaan op benzine. De elektrische motor, het onlineonderwijs, is tot op heden nog niet sterk genoeg om het einddoel te behalen. De accu is niet geschikt voor de gehele weg en onderdelen zoals stages, praktijklessen en persoonlijk contact met docenten, studenten en collega’s kan niet worden opgevangen. Fysiek onderwijs blijft een belangrijke factor om de motor draaiende te houden.

Na het doorkomen van de eerste golf zijn alle zeilen bijgezet om studenten zo vaak mogelijk de gelegenheid te geven om terug te vallen op de betrouwbare benzinemotor, het fysieke onderwijs. Niet te vaak, niet te lang, niet in de spits, niet daarna óók nog eens online les. Het is een greep uit nieuwe voorwaarden die ontstaan met het doorvoeren van hybride onderwijs. Voorwaardes die nu al heel normaal lijken. Nu midden in de tweede golf en wellicht vooruitkijkend naar de derde golf, zullen deze voorwaardes steeds meer (be)grip krijgen. 

Ik kan wel zeggen dat hybride niet meer uit mijn leven weg te denken is en dat heeft ook zeker zijn voordelen. Hoe onwennig de eerste online ontmoetingen ook waren, het voelde wel fijn om geen gebruik te hoeven maken van de bus, de trein of m’n prachtige hybride auto. Een hybride manier van leven, werken en leren is echt zo slecht nog niet. De hybride vorm was in 2020 wellicht wat onwennig, maar dit jaar zal het begrip niet meer uit ons dagelijks leven weg te denken zijn. We hebben genoeg tijd gehad om eraan te wennen en werken nu samen richting de ideale balans.