MOOC’s, de volgende innovatie?

MOOC’s, de volgende innovatie?

Massive Open Online Course (MOOC) is de nieuwe trend binnen het hoger onderwijs. In 2008 werd de eerst MOOC ontwikkeld en gegeven door twee onderzoekers in de Verenigde Staten. Sindsdien doen vele gerenommeerde universiteiten mee en ook Nederlandse universiteiten willen niet achterblijven. Maar waarom doen we dit? Zullen MOOC’s verregaande gevolgen hebben voor de inrichting en logistiek van het hoger onderwijs, blijven campussen bestaan, met gebouwen waar studenten wonen en studeren?

Tekst: Kees van Wijngaarden
Beeld: Omix
Gepubliceerd in juni 2014

Open en vrij toegankelijk

De M van MOOC’s staat voor “Massive” wat verwijst naar de grote hoeveelheid deelnemers, in 2011 namen 160.000 studenten uit 190 landen deel aan een MOOC Kunstmatige Intelligentie van Stanford. Een MOOC is open, vrij toegankelijk voor iedereen, er gelden geen ingangseisen of kosten en de cursus wordt online aangeboden waardoor deze altijd, overal kan worden gevolgd. Een MOOC is een cursus van meerdere weken, niet zomaar een YouTube filmpje dus. Het is ook mogelijk om, wél tegen betaling, een certificaat te verkrijgen voor het met goed gevolg afronden van een MOOC, maar dit is niet verplicht. Het meest bijzondere van een MOOC is misschien wel dat iedereen rechtstreeks colleges van een goeroe op een bepaald vakgebied kan volgen.

Hype of hoop?

Hoewel MOOC’s nu hip en enorm innovatief lijken, is het principe erachter minder nieuw dan we in eerste instantie denken. In 1922 startte de Universiteit van New York zijn eigen radiozender om al het onderwijs uit te zenden. Journalist Bruce Bliven vroeg zich toen al af: “Wordt de radio het belangrijkste medium binnen het onderwijs? Zijn straks de collegezalen verlaten en worden de kinderen in de toekomst thuis volgestopt met kennis?” Met elke nieuwe ontwikkeling vragen we ons als maatschappij opnieuw af of het onderwijs wezenlijk gaat veranderen. In 1963 werd in Nederland Teleac (Televisie Academie) opgericht om kennis toegankelijk te maken voor een groot publiek. Programma’s van de Teleac worden nu nog steeds gebruikt in de klas op de basisschool. Ook in de tachtiger jaren bij de introductie van de computer was er de angst voor grote veranderingen in het onderwijs. Maar noch de televisie, noch de computer hebben de docent vervangen of het schoolgebouw overbodig gemaakt.

Verschillende platforms

Er bestaan torenhoge verwachtingen rondom MOOC’s en vele zichzelf respecterende hoger onderwijs instellingen van over de hele wereld proberen aan te haken. Vooraanstaande Amerikaanse universiteiten als Stanford, Princeton, Harvard en Michigan Institute of Technology (MIT) bieden sinds 2011 al MOOC’s aan. Volgens The New York Times was 2012 “het jaar van de MOOC’s”. Inmiddels zijn er (vooral in de VS) platforms ontwikkeld die MOOC’s aanbieden zoals Udacity, Coursera en edX.

Het verdienmodel voor de platforms zit hem in de certificaten die studenten van een MOOC (kunnen) aanvragen. Een student betaalt tussen de 60 en 90 dollar voor een geverifieerd certificaat. In september 2013 verdiende Coursera al 1 miljoen dollar aan de uitgifte van geverifieerde certificaten aan studenten. Booming business dus.

Studiesucces

MOOC’s scoren op dit moment niet hoog wat betreft studiesucces. Een voorbeeld: 12.725 personen meldden zich aan, slechts 7.761 daarvan bekeken tenminste één video, 3.648 personen probeerden een quiz om de eigen kennis te testen, 345 studenten namen uiteindelijk deel aan het afsluitende tentamen en daarvan behaalden uiteindelijk 313 studenten een certificaat, minder dan 3%. Gemiddeld behaalt tussen de 7% en 9% van de MOOC studenten een certificaat. Blijkbaar gebruiken de meeste studenten een MOOC om zich te oriënteren op een onderwerp en hebben vanaf het begin niet de bedoeling om een certificaat te halen.

Waarom meedoen?

MOOC’s bieden meerdere mogelijkheden voor het Nederlandse hoger onderwijs. Ten eerste ligt er een kans in het zelf beheren en plaatsen van MOOC’s. Ten tweede kunnen MOOC’s gebruikt worden voor oriëntatie op een vakgebied en matchingsactiviteiten. Ten derde kunnen bestaande MOOC’s van andere instellingen gebruikt worden in het eigen onderwijs.

Marketing

Voor een hoger onderwijs instelling lijkt het alleen interessant om zelf MOOC’s op te zetten en te beheren als deze ook daadwerkelijk worden gebruikt en als er voldoende personen geïnteresseerd zijn om de MOOC te volgen. Dit doet een instelling dan voornamelijk om vernieuwend te lijken, als tool in de onderwijsmarketing en ter versterking van de reputatie. Maar vanuit het perspectief van een potentiële MOOC-student lijkt het vooral interessant om MOOC’s te volgen van de gerenommeerde universiteiten zoals Stanford en MIT. Voor het Nederlandse hoger onderwijs heeft concurreren met de gerenommeerde universiteiten alleen zin als dit gebeurt op zeer specialistische vakgebieden, waar de Nederlandse instelling in uitblinkt. Dit zijn meestal niches, nauwelijks massive te noemen. Een andere kans om zelf ontwikkelde MOOC’s in te zetten is de internationalisering. Internationale studenten zouden een gedeelte van hun studie online kunnen volgen en op die manier hun certificaat behalen. Zo kan het vak op afstand worden gevolgd en hoeven internationale studenten minder lang in het dure Nederland te zijn om het diploma te behalen.

Matching

MOOC’s kunnen ook interessant zijn om in te zetten in het matchingtraject dat iedere aankomend Bachelor student vanaf dit studiejaar moet doorlopen. Aankomend studenten zouden MOOC’s dan gebruiken ter oriëntatie, dat is immers ook waar MOOC’s veel voor worden gebruikt. MOOC’s zouden veel logistieke problemen rondom de matching kunnen oplossen, zoals de registratie van de student, de organisatie van activiteiten en het verzorgen van feedback. Studenten moeten zich registreren voor de MOOC en kunnen daar op de gewenste tijd aan deelnemen. Een student kan zo zien of de vakken in zijn toekomstige studie daadwerkelijk interessant zijn en zelfs testen of hij of zij de inhoud heeft begrepen. Docenten kunnen dit beoordelen en ook feedback geven op de prestaties van de student.

Flipping the classroom

Tenslotte kan het interessant zijn om MOOC’s van andere instellingen te integreren in het eigen onderwijs. Hiermee kan het onderwijs aantrekkelijker gemaakt worden. De student studeert aan een Nederlandse instelling maar heeft ook een aantal online colleges gevolgd van de goeroe in het vakgebied. Dit ondervangt bovendien het feit dat niet iedere docent een begenadigd spreker is. De MOOC zorgt voor de kennisoverdracht in de vorm van een (online) college terwijl de docent zich volledig concentreert op het begeleiden van de studenten in werkcolleges en bij opdrachten. Bijkomend voordeel is dat dit minder beslag legt op grote collegezalen maar juist vraagt om kleine, goed ingerichte lokalen.

Uitdagingen

Toch zijn er ook nog wel wat uitdagingen bij het ontwikkelen en gebruiken van MOOC’s. Inhoudelijk gezien is het de vraag of MOOC’s wel zo goed passen binnen het soort onderwijs dat in Nederland wordt gegeven. De heersende onderwijskundige visie in het Nederlandse hoger onderwijs is immers dat studenten samen moeten werken, dat onderwijs competentie- en probleem- gestuurd moet zijn. Onderzoeken bewijzen keer op keer dat een persoonlijke aanpak in kleine groepen een hoger rendement heeft wat betreft betrokkenheid en kennisopbouw. Hoe kunnen MOOC’s dan worden ingezet om volwaardig een vak te behalen als onderdeel van het examenprogramma? Krijgt een aankomend student vrijstellingen in zijn examenprogramma omdat hij of zij al een aantal MOOC certificaten heeft behaald voordat de studie is begonnen? Voordat MOOC’s in het Nederlandse onderwijs worden geïntegreerd is het belangrijk dat er een discussie plaatsvindt over de onderwijsvisie en hoe MOOC’s hierin passen.

MOOC’s bieden interessante onderwijslogistieke uitdagingen.

Controle

De andere uitdaging is meer praktisch, organisatorisch van aard. Hoe controleer je dat de student die een certificaat aanvraagt na het volgen van een MOOC, deze ook daadwerkelijk heeft gevolgd en dat hij zelf het tentamen heeft gemaakt? Controle of verificatie wordt gedaan door bedrijven die via de webcam een student “bewaken”, in het Engels heet dit “proctoring”. Bedrijven als ProctorU en Pearson VUE bieden hun dienst aan voor 60 tot 90 dollar per certificaat. Een andere manier om te verifiëren is met behulp van nieuwe technieken zoals “keystroke dynamics”. Hierbij wordt de identiteit van de MOOC-student vastgesteld en elke keer weer geverifieerd door de wetenschap van het typritme van een persoon.

Nederland doet mee

Ondanks de schijnbaar lage resultaten van MOOC’s stapt ook het Nederlandse hoger onderwijs in de MOOC markt, bang om de boot te missen. In 2013 besluit de TU Delft om haar eerste MOOC aan te bieden op het edX platform, waar ook MOOC’s van het MIT en Harvard op staan. De TU Delft kiest voor edX omdat dit een non-profit platform is dat het best aansluit bij de visie van de TU Delft op het gebied van open online onderwijs. “We zijn erg blij dat we aan kunnen sluiten bij de edX universiteiten”, vertelt Anka Mulder, secretaris en directeur Onderwijs bij de TU Delft en de drijvende kracht achter online onderwijs bij de TU Delft. “We zien edX als een mogelijkheid om meer te leren over online onderwijs. Daardoor kunnen we ook het reguliere onderwijs op de campus blijven verbeteren. Daarnaast worden het onderwijs en onderzoek van de TU Delft hierdoor zichtbaarder in de wereld”. Ook Leiden zoekt de samenwerking door te kiezen voor het Coursera-platform. Prof.dr. Simone Buitendijk, vice-rector Universiteit Leiden noemt MOOC’s “een zich razendsnel ontwikkelende nieuwe trend, een katalysator voor onderwijsvernieuwing, kwaliteitsverbetering en voor het delen van ons onderzoek en onderwijs met nieuwe doelgroepen wereldwijd.” Snelheid, soorten toetsen die gebruikt worden en manier van fouten oplossen, verschillen per persoon. Door deze monitoring kan worden verzekerd dat de persoon die voor het certificaat betaald, daar ook daadwerkelijk recht op heeft.
Bron: www.tudelft.nl en www.universiteitleiden.nl

Concluderend

Moet het Nederlandse hoger onderwijs meegaan in de hype rondom MOOC’s? Het zou zeker interessant zijn om mee te gaan in de vernieuwing zoals door de TU Delft en Universiteit Leiden wordt onderschreven. Net als radio, tv en computer zullen ook Massive Open Online Courseware invloed hebben op het onderwijs, ook al zal er waarschijnlijk geen radicale omwenteling plaatsvinden. De toegevoegde waarde van MOOC’s ligt met name op het gebied van ruimte en tijd onafhankelijk leren, bijvoorbeeld voor de internationale student of voor het leren van een autoriteit op een bepaald vakgebied. Ook bieden MOOC’s interessante mogelijkheden voor de actuele onderwijslogistieke uitdaging van matching. De hype rondom MOOC’s is nu op zijn hoogtepunt, vele onderwijsinstellingen proberen aan te haken. In Nederland staan de MOOC’s nog in de kinderschoenen. Elke instelling zal goed moeten nadenken welke rol MOOC’s kunnen spelen en wat dit betekent voor de visie op het onderwijs, en voor de onderwijslogistiek.