Onderwijslogistiek van de toekomst

Onderwijslogistiek van de toekomst

In de afgelopen maanden is ‘het onderwijs van de toekomst’ een populair onderwerp gebleken. Het ministerie van OCW zwengelt de discussie aan en hoger onderwijsinstellingen bereiden zich voor. Vernieuwende ideeën uit het onderwijs zijn soms lastig in te voeren in bestaande systemen en daarbij zijn bestaande processen en werkafspraken vaak niet gericht op flexibilisering. Laten we eens inzoomen op de onderwijslogistiek die het onderwijs moet faciliteren. Welke rol kan onderwijslogistiek spelen om het onderwijs van de toekomst mogelijk te maken?

Tekst: Susanne Ootes
Fotografie: Lilian van Rooij
Gepubliceerd in maart 2015

Inrichting onderwijslogistiek

Het onderwijs in Nederland en daarmee ook de onderwijslogistiek is gebaseerd op keuzes die stammen uit de tijd van de industriële revolutie. In ons huidige systeem starten studenten op een vast moment in het jaar, bij hoge uitzondering is er een tweede startmoment in februari. De studenten krijgen een standaard curriculum met enkele keuzemogelijkheden. Dit wordt vaak in de vorm van een examenprogramma aan de student gekoppeld. Om het onderwijs uit dit examenprogramma te volgen, krijgt de student een rooster dat beschrijft welk vak door een docent op een voorbestemd tijdstip in een lokaal gegeven wordt. Kortom, de student wordt op een lopende band gezet die een vastgestelde route volgt, keuze A, B, C of D zorgt voor de enige personificatie in het programma. Strikje om het diploma, dan is de student klaar voor de buitenwereld. Studenten die van de lopende band afvallen, of eigenlijk een snellere of andere route zouden willen volgen, zijn lastig. Maar zoals we in deze Link kunnen lezen, is de tendens dat de student eigenlijk steeds meer keuzevrijheid wil hebben. En misschien wil de student meer: zelf het tempo kunnen bepalen waarin hij of zij studeert. Als we de student zelf zijn route en schema willen laten bepalen, of misschien zelfs invloed laten hebben op zijn eigen einddoel, dan zullen we fundamenteel anders naar onderwijslogistiek moeten kijken. Laten we dat eens proberen.

Omkering van inzetplanning en roostering

Om de flexibiliteit waar we het over hebben mogelijk te maken, moeten we out-of-the box denken. Zou het bijvoorbeeld helpen om inzetplanning en roosteren in andere volgorde doen? Of kunnen én willen we accepteren dat niet alle lessen in het rooster staan? Laten we een voorbeeld bekijken.

Een student small business wil zijn vaardigheden voor het maken van een ondernemingsplan aanleren binnen zijn huidige opleiding. Zijn communicatieve vaardigheden wil hij bij een andere instelling vergroten. Daarna wil hij oefenen met die vaardigheden bij de studentenvereniging . Hij maakt zijn studieplan en bespreekt dit met zijn studiebegeleider. Deze geeft hem nog wat tips voor het volgen van een MOOC van een Amerikaanse business school. De student dient het studieplan in voor een bepaalde datum. Als de gegevens van alle studenten binnen zijn gaan de planners en roostermakers aan de slag. Vakken worden gepland en docenten worden ingezet. De student small business krijgt vervolgens zijn individuele rooster. Als een vak in een bepaalde periode niet wordt ingepland door de studenten in hun individuele studieplan wordt het vak niet aangeboden. Als slechts enkele studenten het vak kiezen kan besloten worden het vak niet in het rooster op te nemen maar de docent zelf afspraken te laten maken met de studenten. Hiermee bied je maatwerk voor de student. Het vergt echter wel flexibiliteit van de docent. Er zijn al particuliere partijen in de onderwijsmarkt die op dit vlak al flinke stappen maken. Het kan geen kwaad voor bekostigde instellingen om hier een kijkje achter de schermen te nemen.

Toetsen en onderwijs loskoppelen

Een ander voorbeeld van buiten de kaders denken, om het onderwijs van de toekomst mogelijk te maken. Wat zou er gebeuren als we toetsen en onderwijs uit elkaar halen, zowel in de roostering als in het studentenvolgsysteem. De student is dan flexibel in het bepalen waar hij onderwijs volgt én hoe hij of zij wil aantonen zich de kennis of competenties te hebben eigen gemaakt. Zo kan de student het onderwijs bijvoorbeeld volgen via een MOOC en toch het tentamen doen bij de eigen onderwijsinstelling. Stel onze student small business gaat een eigen bedrijf beginnen en daarvoor maakt hij een business plan en ontwikkelt hij management skills. De student leert dan buiten de collegebanken. Kan hij wat hij geleerd heeft in zijn eigen bedrijf ook verzilveren bij de onderwijsinstelling? Wel als het onderwijs en het toetsen zijn losgekoppeld. Daarvoor is het nodig dat er een duidelijk profiel wordt opgesteld waarin staat waartoe de opleiding opleidt. Stel kaders op waarbinnen het profiel behaald kan worden, en laat aan de student over hoe en waar hij wil leren. De student kan dan kiezen of hij bijvoorbeeld een tentamen doet in management skills of een opdracht waarin hij onderbouwt welke competenties hij beheerst. De docent krijgt dan voor sommige studenten vooral een taak als beoordelaar. Voor andere studenten is de docent juist de persoon die de kennis en competenties die elders zijn opgedaan duidt en in de context plaatst.

Schoolse situatie

Het is in de afgelopen decennia vaak voorgekomen dat studenten naast de studie al een bedrijf startten. Daardoor hadden ze geen tijd meer voor de studie, of eigenlijk, voor het volgen van het precieze programma dat stap voor stap moet worden afgelegd. Deze ondernemers bewijzen dagelijks in de praktijk over veel vaardigheden te beschikken, maar… het schoolse systeem voorkomt dat zij het diploma halen. Onderwijsinstellingen lijken de onwenselijkheid hiervan ook in te zien. Voorzichtige eerste stappen worden gezet om onderdelen van de studie zoals stage en afstuderen nuttig voor zowel de opleiding als het eigen bedrijf te laten zijn. Maar dit zou nog veel verstrekkender kunnen en mogen om de student werkelijk mogelijkheden te bieden.

Om de voorgaande verandering mogelijk te maken is het nodig dat het studievolgsysteem zo is ingericht, dat je de voortgang in competenties kan aangeven. Nu wordt de voortgang geregistreerd bij de vakken uit het standaard curriculum, het examenpakket voor iedereen gelijk is. Het overstappen naar competenties dwingt de opleiding om het profiel van de opleiding te concretiseren in beoordeelbare eenheden en biedt de student de mogelijkheid om ook buiten de onderwijsinstelling zijn competenties op te doen. In het mbo zijn beroepsprofielen opgesteld.

En nu?… de adviseur onderwijslogistiek!

We hebben mooie plannen gemaakt voor het onderwijs maar nu zegt mijn roostermaker dat dit niet kan. Ik ga mijn plannen toch niet aanpassen aan een systeem! De inrichting van mijn studenteninformatiesysteem kan mijn onderwijs niet volgen. Wat nu?

Typisch situaties waarin de bedrijfsvoering niet is meegenomen als gesprekspartner in de ontwikkelingen. Ook in de plannen van het ministerie zie je het gebeuren. De bedrijfsvoering wordt nauwelijks of erg laat om input gevraagd, bij de uitwerking van de plannen worden alleen de inhoudelijke partijen meegenomen. Pas bij het organiseren van het onderwijs komt de bedrijfsvoering weer in beeld. Natuurlijk wil je niet elk onderdeel van de bedrijfsvoering continu laten meedenken met de plannen. Zo’n grote groep is niet efficiënt en niet iedereen heeft de kwaliteiten om buiten zijn eigen functie mee te kunnen denken.

Maar er is een andere mogelijkheid. Steeds meer onderwijsinstellingen benoemen een adviseur onderwijslogistiek. Iemand wiens taak het is om nieuwe ontwikkelingen in de onderwijsinstelling te bekijken vanuit het perspectief van zowel de bedrijfsvoering als het onderwijs. De adviseur die verstand heeft van verschillende ketens in de onderwijslogistiek zoals planning & roostering en cijfer- en examenadministratie, maar die ook de consequenties van veranderingen kan overzien voor de hele keten. Iemand die kennis heeft van kwaliteitszorg, accreditatie en bekostigingsvraagstukken. Een adviseur die op beleidsniveau kan meepraten en de verbinding kan zoeken. In andere sectoren heet deze adviseur de Supply Chain Manager.

Profielen in het mbo

Een voorbeeld van een uitwerking in beoordeelbare eenheden zijn de kwalificatiedossiers in het mbo. In deze dossiers is een duidelijk beroepsprofiel gesteld waarbij kerntaken en werkprocessen zijn onderscheiden. De studenten kunnen in de beroepspraktijk, door het doen van een proeve van bekwaamheid, aantonen dat ze een onderdeel beheersen. Een assessor beoordeelt de studenten. De beoordeling staat geheel los van de begeleiding van de student. Zie voor meer informatie over kwalificatiedossiers: http://kwalificatiesmbo.nl/.

Supply Chain Manager

In veel andere sectoren is de functie van adviseur onderwijslogistiek ondergebracht bij de Supply Chain Manager. Supply Chain Management wordt ook wel integraal ketenbeheer genoemd en is een principe waarbij door het verbeteren van de processen en samenwerking met leveranciers (zoals docenten) en afnemers (zoals studenten) meer toegevoegde waarde van de onderwijsinstelling in de onderwijsketen ontstaat.

De Onderwijslogistiek adviseur als een op zichzelf staande functie staat nu nog in de kinderschoenen in de onderwijssector, maar ontwikkelt zich steeds meer richting een eigen professie. Het ‘Onderwijslogistiek model’ zoals dat ontwikkeld is door de special interest group (SIG) van SURF kan de start worden van een referentiekader. Ook het vaststellen van een functiebeschrijving van een Onderwijslogistiek adviseur met competenties en taken zal zorgen voor een functie die van toegevoegde waarde is voor het hoger onderwijs.

Hoe werken we toe naar het onderwijs van de toekomst? Onderwijslogistiek is een belangrijke factor bij het efficiënt en doeltreffend inrichten van het onderwijs. Maar de grote verandering die nodig is kan bereikt worden door onderwijs en onderwijsondersteuning gezamenlijk op te laten trekken in de verandering. Onderwijsondersteuning op niveau, onderwijs met visie. Dat wordt de toekomst!