Stefan’s route naar senioriteit

Stefan’s route naar senioriteit

Fris aan de slag bij Omix wordt Stefan de Nijs, consultant bij Omix Onderwijsplanners, al snel geplaatst bij Hogeschool Windesheim in Zwolle als planner en roostermaker. Vorig jaar afgestudeerd staat hij aan de start van zijn carrière met een drive om zich verder te ontwikkelen. Tijdens zijn studie heeft Stefan een bevoegdheid gehaald les te mogen geven, een mooie brug om nu achter de schermen in het onderwijs aan de slag te gaan. Bij Windesheim wordt Stefan gekoppeld aan Lia Duursema. Teamleider van het bedrijfsbureau Verpleegkunde en O&I (Ondernemend en Innovatief). De match is er meteen en de ontdekkingstocht kan beginnen. Een duo-interview via Skype.

Tekst: Henk-Jan Winkeldermaat
Fotografie: Omix
Gepubliceerd in september 2020

Stefan draait er niet omheen: “Om uitdaging te zoeken in mijn werkzaamheden wil ik me graag ontwikkelen op het gebied van leidinggeven en managen. Eigenlijk waar Lia zit. Die helikopterview over een team spreekt me erg aan. Ik verwacht over twee jaar met een rugzak vol ervaring als leidinggevende te kunnen werken binnen het gebied van plannen en roosteren. Daar zit mijn kennis.”

En daar zit ook meteen de uitdaging voor Lia. “Ik wil hem juist wat meer uit dat gebied van plannen en roosteren krijgen, omdat hij daar zo’n enorme kennis van heeft. Dat geeft hem zekerheid en zelfvertrouwen, dat snap ik, maar leiderschap, leidinggeven en managen, ontwikkel je mijns inziens beter buiten je eigen comfortzone. Belangrijk is nu dat Stefan zijn eigen stijl vindt.”

Lia spreekt uit ervaring. Jaren heeft ze in de wereld van eventmanagement gewerkt, en de overstap naar ‘het onderwijs’ is dan niet vanzelfsprekend. “Je moet soms de stap durven nemen naar een nieuwe uitdaging. Waar je veel kunt leren en waar je jezelf kunt blijven ontwikkelen. Ook dat is belangrijk in een leidinggevende functie.”

Lia: “Leidinggeven ontwikkel je beter buiten je eigen comfortzone.”

Stefan: “Ik vind de rol van Lia als teamleider erg interessant. Hoe stelt zij zich op? Hoe houdt zij een team bij elkaar? Zij helpt mij verder te groeien als professional. Hoe ik me professioneel kan opstellen. Dan hebben we het over senioriteit en hoe ontwikkel ik me daarin?”

Lia: “Het zit ‘m niet in de professionaliteit, daarmee zit het wel goed bij Stefan, maar meer in het jezelf neer durven en kunnen zetten. En dan ook wel eens dingen moeten zeggen waar anderen misschien niet zo blij van worden.”

Stefan: “Ik moet sterker in m’n schoenen gaan staan.”

Stefan weet dat daar bij hem nog wat valkuilen zijn te dichten. “Ik denk dat docenten veel vragen van een planner en roostermaker en ik heb dan vaak de neiging om mee te gaan met die docenten. Zoveel mogelijk zorgen dat het goed komt voor de docent, terwijl ik in sommige situaties eigenlijk de confrontatie aan moet gaan. En ook ‘nee’ moet durven zeggen. Daarin moet ik blijven groeien. Ik moet sterker in m’n schoenen gaan staan.” 

Lia: “Stefan is een persoon waar weinig mensen moeite mee hebben. Hij is spontaan, heeft een open uitstraling. Mensen vinden hem makkelijk benaderbaar. En dat werkt heel erg goed. Hoe hij zich binnen zijn team nu al behoorlijk onmisbaar heeft gemaakt, dat is mooi om te zien. Ik zie Stefan zeker de kant opgaan van teamleider. Op sommige vlakken kan hij daarin nog groeien. Maar soms moet je het inderdaad gewoon doen. En ik denk ook dat hij een heel prettige leidinggevende is. Niet autoritair, gelijkwaardig, ook coachend en mensen meenemend.”

Stefan: “We zijn laatst als team met elkaar uit eten geweest. En dan leer je elkaar echt beter kennen. Je ziet dat er vertrouwen komt in elkaar. Dat er makkelijker spontane gesprekken ontstaan binnen zo’n team, dat komt zo’n team dan echt ten goede. En vanmiddag hebben we een online teamuitje.”

Lia heeft er zin in: “Ja, ik heb babyfoto’s van mijzelf opgestuurd, zit hier klaar met een paar ballonnen, wat stiften en een vork en ik laat me verrassen. Ik heb geen idee. En het is juist leuk als dit initiatief vanuit het team komt. Via Teams gaan we het teamuitje zo in. Laat maar komen!”