Visie op inter­nationalisering beïnvloedt onderwijs­logistieke keuzes

Visie op inter­nationalisering beïnvloedt onderwijs­logistieke keuzes

Dat internationalisering tegenwoordig een belangrijk thema is binnen het hoger onderwijs en ook in toenemende mate in het mbo blijkt wel uit de interviews die u in deze uitgave van De Link kunt lezen. Er is veel te schrijven over internationalisering maar dit artikel heeft tot doel u bewust te maken van de invloed die internationalisering heeft op alle aspecten van onderwijslogistiek.

Tekst: Ansfrida Vreeburg
Fotografie: Lilian van Rooij

Onder internationalisering in het onderwijs versta ik alle activiteiten die tot doel hebben internationale en interculturele competenties van studenten en leerlingen (hierna altijd studenten genoemd) te ontwikkelen. Internationalisering kost (veel) geld. Waarom vinden (hoger) onderwijsinstellingen dit dan toch zo belangrijk en interessant? De gedachte hierachter is dat we de internationale en interculturele competenties in toenemende mate nodig hebben in ons werkende leven.

Allereerst omdat de arbeidsmarkt intercultureel bewuste werknemers vraagt. Ten tweede is er een krimp van potentiële Nederlandse studenten door een afname van het aandeel jongeren in de bevolking. Instroom van internationale studenten kan ervoor zorgen dat het aantal studenten van een onderwijsinstelling gelijk blijft of zelfs groeit. En die exchange studenten die ‘gratis’ studeren? Die vertellen over hoe gaaf Nederland was. Of ze komen zelfs een vervolgstudie doen, mogelijk aan uw instelling die zo goed georganiseerd was met zulke goede docenten. Uitwisseling in nauwe zin en internationalisering in het algemeen kan op die manier bijdragen aan de goede naam en faam van Nederland en meer specifiek van de onderwijsinstelling. Tot slot kan dat internationale talent een belangrijke bijdrage leveren aan de Nederlandse kenniseconomie.

Het begint met een visie op internationalisering

In mijn ideaalplaatje heeft elke onderwijsinstelling het in een langetermijnvisie over het onderwerp internationalisering. In zo’n visie komt naar voren op welke manieren internationalisering belangrijk wordt gevonden in relatie tot de inhoud van het onderwijs van de instelling, de faciliteiten voor (internationale) studenten en de regio waar de onderwijsinstelling staat. Het is daarbij belangrijk dat al bij het opstellen van zo’n visie wordt samengewerkt met medewerkers die de onderwijslogistieke gevolgen van bepaalde keuzes benoemen en daarover kunnen meedenken. Op opleidingsniveau zou deze internationaliseringsvisie verder moeten worden geoperationaliseerd in een opleidingsvisie die past bij het vakgebied en het uitstroomprofiel van de studenten.

Ook binnen opleidingen die op het eerste gezicht niet internationaal gericht lijken, kan internationalisering een (belangrijke) rol spelen. Zie bijvoorbeeld het interview met Harm Holleman van scholengroep Aeres op pagina 23. Van een groenopleiding in het mbo zou je namelijk niet denken dat de leerlingen buiten Nederland hoeven te kijken maar niets is minder waar. Of neem een specialisatie als huisartsgeneeskunde. Daarbij zou je makkelijk kunnen vergeten dat kennis van interculturele communicatie hier minstens zo belangrijk is als bij tropengeneeskunde, want ook de huisarts heeft veel patiënten met diverse achtergronden.

Plaats van internationalisering in onderwijslogistiek

Het onderwijslogistiek model, zoals dat enkele jaren geleden is ontwikkeld door de Special Interest Group van Surf, is ondertussen mogelijk enigszins uit de mode. Het biedt echter nog steeds overzicht en mogelijkheid om knelpunten te duiden. Toen ik zo’n vijf jaar geleden voor het eerst hiermee in aanraking kwam miste ik een vakje internationalisering. Ondertussen ben ik er steeds meer van overtuigd geraakt dat een internationaliseringsvisie van een onderwijsinstelling zichtbaar moet worden in de gehele organisatie van het onderwijs, oftewel in alle onderwijslogistieke ‘vakjes’.

Manieren van internationaliseren in het mbo, hbo en wo onderwijs

Mobiliteit:
o Inkomende uitwisseling (studie) – incoming exchange
o Uitgaande uitwisseling (studie) – outgoing exchange (met of zonder de bekende Erasmusbeurs)
o Internationale stage

Inkomende diplomamobiliteit: (bachelor, master, phd): ook wel degree seekers genoemd.

Uitgaande diplomamobiliteit: (bachelor, master, phd): Zowel voor inkomende als uitgaande diplomamobiliteit zijn veel beurzen van de Nederlandse overheid, van Nederlandse onderwijsinstellingen en van een veelheid aan (internationale) organisaties.

Internationale studiereizen

Joint Degree:
een gemeenschappelijke opleiding van twee of meer instellingen met één set van eindtermen, één getuigschrift.

Double degree:
een opleiding die bij twee instellingen wordt gevolgd, er wordt bij twee instellingen afgestudeerd, er is een grotendeels gezamenlijk programma maar wel met twee diploma’s tot gevolg.

Ervaringen in internationale studentenverenigingen:
met elk eigen doelen
o Aegee
o Aiesec
o Erasmus Student Network
o Etc.

Model United Nations (MUN):
georganiseerd over de hele wereld waarin een vergadering van de Verenigde Naties over een specifiek (actueel) thema wordt gesimuleerd door elke deelnemer een land (niet het eigen land) te laten representeren.

Internationalisering at home:
een veelheid aan activiteiten om studenten die niet naar het buitenland gaan toch een internationale ervaring op te laten doen, onder andere in:

The international classroom:
de klas als internationale context door de culturele diversiteit aan studenten, waarbij er meestal in een andere taal (Engels) wordt lesgegeven en aandacht is voor interculturele verschillen, communicatie, mogelijk ook door aandacht te hebben voor verschillen in interactie, participatie en samenwerking (expliciet maken).

En nog vele andere nieuwe manieren.

Curriculum, OER en Onderwijscatalogus

Als kennis van internationale aspecten van het vakgebied of kennis en vaardigheden in interculturele communicatie van belang is, hoe kan die kennis dan in leeruitkomsten en leerdoelen worden geformuleerd? Hoe worden die leerdoelen dan behaald? Wordt er een halfjaar van de studie gereserveerd voor een internationale stage of voor het volgen van vakken aan een buitenlandse onderwijsinstelling? Ook als uitwisseling een minder prominente plaats heeft, maar volgens de visie van de onderwijsinstelling wél mogelijk moet zijn, zou de opleiding moeten vaststellen in welke fase van de studie de vakken het beste kunnen worden vervangen door in het buitenland behaalde vakken. Hoe gemakkelijk is dit in combinatie met het volgen van het verplichte deel van het curriculum? In het kader van uitwisseling met buitenlandse onderwijsinstellingen moet ook worden bepaald welke instellingen in Europa (of wereldwijd) voldoen aan de onderwijsinhoudelijke standaarden (of daar zelfs bovenuit stijgen). Zijn er uitwisselingscontracten voor die kwalitatief goede instellingen en bieden die contracten voldoende uitwisselingsplaatsen voor het aantal studenten dat op uitwisseling wil gaan?

Hoe belangrijk zijn inkomende internationale studenten voor de opleiding (bijvoorbeeld om ‘the international classroom’ mogelijk te maken) en hoe is het curriculum, het OER en de onderwijscatalogus hierop aangepast? Als internationale studenten belangrijk zijn dan zouden er vakken aangeboden moeten worden in het Engels en zou ook de inhoudelijke lesstof aangepast moeten zijn op de internationale en interculturele omgeving, bijvoorbeeld met voor iedereen aansprekende voorbeelden. Maar laten we niet vergeten dat er ook veel mogelijkheden zijn voor internationaliseringsactiviteiten via de digitale weg, bijvoorbeeld door samen met studenten van een soortgelijke studie in een ander land een project te maken dat parallel is aan de realiteit in het bedrijfsleven.

De onderwijscatalogus is belangrijk voor inkomende uitwisselingsstudenten omdat die al voordat zij in Nederland arriveren een Learning Agreement moeten opstellen. Is die onderwijscatalogus al (in het Engels) toegankelijk op het moment waarop dit belangrijk is? En hoe worden eventuele ingangseisen van een vak getoetst bij een student uit Indonesië die potentieel vergelijkbare vakken heeft gevolgd in zijn of haar thuisland?

Onderwijsinhoud is zeer sterk verbonden aan de kwaliteit en competenties van docenten. Dit overstijgt vakinhoud maar gaat meer over interculturele competenties en, niet onbelangrijk, taalvaardigheid. Steenkolen-Engels is nog steeds niet uitgebannen (zie ook de recente maatschappelijke discussie over Engelstalige studies in Nederland). Daarom zou het goed zijn als er binnen de instelling een taalbeleid is opgesteld over welk taalniveau er van docenten wordt verwacht, hoe ze dit kunnen ontwikkelen en hoe (en wanneer) dit wordt getoetst. Daarnaast moet een docent, als een vak volgens de opgestelde leerdoelen moet bijdragen aan interculturele competenties, niet alleen zelf zeer vaardig zijn op dat gebied, maar ook een groep kunnen begeleiden in het opdoen van die interculturele competenties. Dit laatste heeft echter ook nog eens een belangrijke rol bij integratie van internationale studenten in de Nederlandse kenniseconomie en maatschappij.

Voorlichting & Werving, Oriëntatie, Matching & Toelating en Inschrijven

Op het gebied van uitwisseling zijn de onderwijsinstellingen (thuisinstelling en ontvangende instelling) gezamenlijk verantwoordelijk voor een soepellopend proces van aanmelding en toelating (of afwijzing) van een student voor een uitwisselingsplek. Hoe soepel dit moet verlopen is de vraag: wil je dat een buitenlandervaring bijdraagt aan zelfredzaamheid van de student dan moet niet alles op een presenteerblaadje klaarliggen (zoals Joris Luyendijk betoogde bij het Nufficcongres 2017). Voor andere studenten is een soepellopend proces belangrijker, maar hoe regel je zo’n proces bij gezamenlijke verantwoordelijkheid van twee instellingen? Lees ook het artikel Over de Grens op pagina 42. Voor wat betreft de degree seekers in het Nederlandse (hoger) onderwijs is er in de laatste jaren veel geïnvesteerd in marketing en in programma’s om de aanmelding te versimpelen en de communicatie met de student zo makkelijk mogelijk te maken. Dat is geen sinecure voor grote organisaties met veel actoren zoals u kunt lezen in het interview met de Radboud Universiteit op pagina 21. Daarbi speelt informatievoorziening over formaliteiten (zoals het aanvragen van een visum en inschrijven bij de gemeente BRP) een rol, alsmede mogelijk intensievere informatie over het vinden van huisvesting, het openen van een bankrekening en vele andere formaliteiten.1

1 In de Gedragscode internationale student in Nederland, die veel hoger onderwijsinstellingen hebben ondertekend, staat onder andere beschreven dat onderwijsinstellingen duidelijk moeten communiceren over welke service en informatie ze de internationale student bieden.

Onderwijsplanning, Inzetplanning en Roostering

Hoe zit het met inzetplanning van je docenten als binnen je mbo bijna alle leerlingen in het tweede semester van het tweede of derde studiejaar naar het buitenland gaan? Hebben docenten dan te weinig werk (in vergelijking met het eerste semester als alle leerlingen ‘binnen’ zijn), of kan er worden
gezorgd dat fulltime stages in het eerste semester plaatsvinden voor een evenredige verdeling? In hoeverre wil de onderwijsinstelling rekening houden met wensen van internationale studenten om bijvoorbeeld rondom bepaalde feestdagen of vakanties naar het thuisland te vliegen? Wat betreft hertentamens zijn onderwijslogistieke wensen van organiseerbaarheid (met bijvoorbeeld de uitkomst dat de hertentamenweek eind augustus plaatsvindt) mogelijk tegenstrijdig met de wensen van de internationale student. Die student zou wellicht liever direct na het ontvangen van de onvoldoende het vak herkansen, mogelijk met een eerder behaald diploma tot gevolg.

De ontmoeting tussen student en docent: het onderwijs

Stel dat er binnen een bepaalde opleiding veel nadruk ligt op de international classroom dan gaat het leren over internationalisering en interculturele communicatie van start in de klas. Leren over interculturele communicatie en internationale aspecten van een vakgebied gaat niet vanzelf. Als men dit ‘op zijn beloop’ laat, zal het groepswerk waarschijnlijk gebeuren in groepjes van studenten van ongeveer vergelijkbare afkomst. Als de voorwaarde is dat groepjes divers gevormd moeten worden, is het van groot belang dat studenten wel de tools in handen krijgen om intercultureel bewust en competent te worden. Doe je dit niet, dan is het leereffect waarschijnlijk laag of is het zelfs een recept voor het vergroten van onbegrip. Er zijn interessante programma’s om over cultuurverschillen te leren. De betere hebben zelfs manieren om heel direct met elkaar te ervaren wat cultuurverschillen zijn zonder te vervallen in stereotyperingen over specifieke culturen of algemeenheden (in Nederland zijn we direct naar elkaar, in Indonesië daarentegen is dit not done, etc.). Leren over cultuurverschillen is eigenlijk al van belang voordat de daadwerkelijke studie begint; maar wanneer organiseer je dit in een toch al druk onderwijsprogramma? Hoeveel belang hecht men hieraan binnen een opleiding? Tenslotte vind ik het van belang niet alleen studenten en docenten bewust en competent te maken op het gebied van cultuurverschillen: ook ondersteunende medewerkers in een veelheid aan functies moeten interacteren in deze diverse omgeving. Intercultureel onderlegde ondersteunende diensten dragen ook bij aan een succesvolle internationalisering binnen een onderwijsinstelling.

Toetsing, Cijferregistratie, Studievolg en Afstuderen

Is er sprake van een zeer internationale omgeving, dan heeft dat ook gevolg voor de organisatie van terugkoppeling van studieresultaten, de studievolgprocessen en mogelijk zelfs afstuderen en diplomering. Lees ook in het interview met het International Institute of Social Studies op pagina 22 om nog een paar voorbeelden te zien van hoe culturele verschillen in veel aspecten doorwerken. Hopelijk is er in zo’n internationale omgeving gekozen voor een programma om te leren over cultuurverschillen.

Daarbij hoort dan ook (maar niet uitsluitend) educatie aan internationale studenten over het Nederlandse onderwijssysteem, het becijferen van resultaten (bijvoorbeeld: het cijfer 8 is hier in Nederland vaak al een zeer hoog cijfer, een 10 is bijna nooit haalbaar, waar dit in het thuisland misschien wel de gewoonte was). Gelukkig zijn de tijden voorbij dat resultaten en plein public in de gang hingen, want in veel culturen is het niet fijn om zichtbaar een ‘laag’ cijfer te krijgen. Worden de resultaten nu alleen voor de student zelf zichtbaar gemaakt, of is er nog een Excel-lijstje dat is gedeeld in een leeromgeving waarin alle namen en resultaten worden gezet? Welke begeleiding is er voor de internationale student wat betreft studeren in een Nederlandse omgeving? Immers, de relatie tussen docent en student wordt waarschijnlijk als anders ervaren (zeer informeel en weinig hiërarchisch). Wie begeleidt de student daarin en krijgt daar ook de tijd voor?

De gevolgen van onvoldoende studievoortgang zijn voor internationale studenten potentieel veel groter dan voor Nederlandse studenten. Een paar jaar geleden worstelden onderwijsinstellingen met de onderwijslogistieke gevolgen van de wet Modern Migratiebeleid omdat een niet-EU-student bij onvoldoende studievoortgang zijn recht op verblijf voor studie in Nederland kon verliezen (elk jaar, niet alleen na een negatief bindend studieadvies). Maar lage cijfers kunnen ook iets doen met de trots van de student, of hebben gevolgen voor zijn of haar aanzien in het thuisland waar mogelijk het gehele dorp heeft meebetaald aan de studiekosten van die ene studie in Nederland.

Conclusie

Internationalisering is niet per definitie van belang voor alle vakgebieden in het mbo, hbo en wo. Wel is er in steeds meer vakgebieden sprake van een internationale en interculturele context, ook als je dat in eerste instantie niet zou verwachten. Het is goed om daar als instelling en meer specifiek vanuit elke opleiding een visie op te hebben. De gekozen richting in de internationalisering heeft dan gevolgen voor de onderwijslogistieke organisatie van de onderwijsinstelling en opleiding. Als daar binnen de gehele organisatie aandacht voor is, dan is ook de medewerker van bijvoorbeeld het roosterbureau, de docent en de kwaliteitszorgmedewerker zich bewust van het belang van internationaliseren en de merkbare gevolgen daarvan in zijn of haar eigen werk.

Naar mijn mening moeten internationale en interculturele aspecten in een studie en diverse achtergronden van studenten (ook ogenschijnlijk heel ‘Nederlandse’ studenten) bewust aandacht krijgen om bewust leren mogelijk te maken. Leren op het gebied van interculturele communicatie is van belang voor alle doelgroepen in een onderwijsinstelling. Als goede internationale studenten geïntegreerd zijn, zich voldoende veilig en mogelijk zelfs thuis voelen in Nederland (al dan niet in een gemeenschap van Expats die geen Nederlands spreken) kan dat betekenen dat ze hier willen blijven werken. Dan pas kan de (deels in Nederland) opgedane kennis te gelde worden gemaakt voor het bedrijfsleven. Dan pas kunnen Nederlandse en internationale studenten bijdragen aan intercultureel diverse teams in grote bedrijven zoals ASML en kan vanzelfsprekend ook het MKB hiervan profiteren. Mijn stelling is: duidelijk en passend internationaliseringsbeleid van onderwijsinstellingen heeft invloed op het succes van de Nederlandse kenniseconomie.