Crowd management helpt bij aanpassen

Crowd management helpt bij aanpassen

Crowd management – ofwel het plannen en sturen van grote groepen op een locatie – is een welkome aanvulling op het onderwijslogistieke instrumentarium in de anderhalve meter samenleving. Want bewegen binnen de schoolgebouwen maar ook de beweging van huis naar school verandert. Dat vergt aanpassing binnen de eigen organisatie en overleg met openbaarvervoerbedrijven en gemeenten. 

Tekst: Rudi ter Riet en Susanne Nieuwland
Afbeeldingen: Omix
Gepubliceerd in mei 2020

Onderwijslogistiek is in de basis het organiseren van de ontmoeting tussen student en docent in al haar vormen dus lessen, colleges, studiebegeleiding, practica, toetsen, examinering. Normaalgesproken kennen we twee belangrijke schaarse factoren in het organiseren van het onderwijs: de docenten en de onderwijsruimtes. Als gevolg van de anderhalve meter school komen hier twee nieuwe schaarse factoren bij: veranderingen in het openbaar vervoer en in de verkeersstromen binnen het onderwijsgebouw. Twee vragen staan centraal. Hoe kunnen studenten en docenten die van het openbaar vervoer afhankelijk zijn, de onderwijslocatie bereiken? Hoe bewegen verschillende groepen studenten en docenten zich (veilig) door het pand?  

Beweging meten en sturen

Voor een effectieve aanpak kan het onderwijs hiervoor de reeds bestaande discipline crowd management benutten. Dit is het systematisch plannen en sturen van publieksbewegingen. Bij evenementen waar grote aantallen mensen aanwezig zijn dient het publiek zich veilig te kunnen verzamelen en verplaatsen op en rondom de evenementlocatie. Het vaststellen van de bezoekerscapaciteit maakt daar deel van uit. Maatregelen nemen om het gedrag van groepen mensen bij te sturen of in te perken wordt crowd control genoemd. Beperkende maatregelen kunnen een vast onderdeel zijn van de plannen of ingezet worden om een incident weer terug te brengen naar de gewenste situatie. Met name het MBO en HBO kunnen hun voordeel doen met crowd management.

Vervoer vertraagd

Om deze instrumenten nu toe te passen in het onderwijs zullen de logistieke stromen buiten de onderwijslocatie in kaart gebracht moeten worden. Onderwijsbestuurders zullen hiertoe in gesprek moeten treden met openbaarvervoersbedrijven, gemeenten en andere onderwijsinstellingen om gezamenlijk de verkeersstromen inzichtelijk te krijgen en de gevolgen van de veranderingen te beheersen. Een simulatie van een crowdcontrol-startup brengt verheldering hoe de anderhalvemeter aanpassingen de doorstroom op stations vertraagt ten opzichte van de situatie die we gewend waren. Zolang we in ons land anderhalve meter afstand van elkaar dienen te houden is het niet mogelijk om in hetzelfde tempo de grote stromen reizigers veilig door de stations te leiden, laat staan te vervoeren. Dit is van invloed op roostering en planning binnen het onderwijs, zowel fysiek als online.

Onderwijsbestuurders zullen in gesprek moeten treden met openbaarvervoersbedrijven, gemeenten en andere onderwijsinstellingen om gezamenlijk de verkeersstromen inzichtelijk te krijgen.

Eenmaal op school

Daarnaast zal het onderwijsbestuur kaders en uitgangspunten moeten bepalen om binnen het onderwijsgebouw zo veilig mogelijk te kunnen leren en werken. Er zullen afspraken gemaakt moeten worden over het ‘verkeer’ in het gebouw. En er is aangepast beleid nodig over welke onderwijsvormen en welke groepen voorrang vereisen. De omgang met tijdsindeling en de keuze van tijdstippen waarop onderwijs en toetsing moeten plaatsvinden vergt flexibiliteit en creativiteit. Binnen welk tijdsbestek kunnen leerlingen en docenten met de aanpassingen het pand betreden? En hoeveel tijd is er in de nieuwe situatie nodig voor verplaatsing binnen het gebouw tussen de lesuren en pauzes? Een eerste ingeving is dat niet de studenten maar de docenten moeten bewegen tussen de lokalen. Daarnaast is het gedeeltelijk voortzetten van online-onderwijs in combinatie met fysiek onderwijs een manier om bewegingen door studenten te beperken. Dit moet uiteraard wel passen binnen het curriculum, de kwalificatiestructuur of de onderwijs- en examenregeling (OER). Kunnen we bijvoorbeeld ook de randen van de (werk)dag, week of periode benutten? En zo ja, hoe dan? 

Als je gebruik wil maken van het zogenaamde ‘nulde uur’ dan is de vraag of iedereen wel op tijd op school kan komen. Veel studenten maken gebruik van het openbaar vervoer. Aanwezigheid is afhankelijk van het tijdig kunnen ‘opstappen’ in de bus/trein vanuit het huisadres. Vooruitkijkend naar komend studiejaar vormen de genoemde elementen handvatten die gebruikt kunnen worden bij de voorbereiding op crowd management als onderdeel van onderwijslogistiek. Verschillende mogelijkheden voor het onderwijs zijn al (deels) inzichtelijk geworden door de huidige noodzaak voor alternatieve manieren van lesgeven en werken. Een mooi uitgangspunt om op door te bouwen. Tijdens onze periodieke Thema Cafés zal ook het thema crowd management aan bod komen, wilt u aansluiten bij dit Thema Café neem dan contact op met Rudi ter Riet.