Het proces van plannen en roosteren

Het proces van plannen en roosteren

Het drieluik over de onderwijslogistiek van de toekomst sluiten we af met het proces van plannen en roosteren. Hoe zal dat de komende decennia veranderen en dan met name in het mbo? Niemand weet het precies, maar het is goed om daar samen over na te denken en tot mogelijke scenario’s te komen. Denise Schutte en Paula Dun van Omix gingen daarom om tafel met Kees Witsmeer (docent en roostercontactpersoon Aventus), Antoinette Wagelaar (roostermaker Deltion College), Cindy Nijholt (manager planning en advies ROC Nijmegen), Jeroen Jansen (docent en teamleider MBO Amersfoort), Marlon van der Ent (student MBO Amersfoort) en Niels de Waal (projectmanager innovatie monteursorganisatie KPN). Allereerst werd de deelnemers gevraagd ‘de school van de toekomst’ te schetsen: als jij het voor het zeggen had, hoe zou deze school er dan uitzien? Na het delen van de dromen kwam men gezamenlijk tot het volgende scenario.

Tekst: Edith de Wit
Fotografie: Lilian van Rooij

De grenzen vervagen

Leren en werken zijn niet van elkaar gescheiden, maar vinden parallel aan elkaar plaats en zijn flexibeler met elkaar te combineren. Na de middelbare school gaan studenten meteen een traject in van leren en werken. Het bedrijfsleven geeft veel meer input aan het onderwijs over wat nodig is. Studenten hebben meer vrijheid om per vak hun eigen niveau te volgen en hiervoor afzonderlijke certificaten te behalen. Deze niveaudifferentiatie vervangt het huidige mbo- en hbo-niveau. Er zijn andere samenwerkingsverbanden ontstaan, bijvoorbeeld cross-overs tussen verschillende disciplines en ook tussen onderwijs en werkveld. Studenten van verschillende disciplines zullen steeds meer gaan samenwerken met maatschappelijke organisaties. Daarnaast is er een nauwere samenwerking tussen onderwijsinstellingen.

Het gebouw

Als tegenbeweging op de individualisering en digitalisering zoeken mensen juist weer de gemeenschappelijkheid en het persoonlijke contact. De sociale functie van de school is en blijft daarom heel belangrijk. School is niet alleen een plek om te leren, maar ook om anderen te ontmoeten en vrienden te maken. Er is nog (verplicht) onderwijs op locatie, samenwerken begint immers met samen zijn. Het fysieke onderwijs wordt aangeboden op kleine, lokale gemeenschapsplekken.

Het onderwijsaanbod

Kennis is overal digitaal te verkrijgen. In het onderwijs ligt de focus daarom veel meer op creativiteit en het toepassen van kennis. Het aanbod aan onderwijs is groot, zowel digitaal als persoonlijk, en alle vakcombinaties zijn mogelijk. Augmented reality wordt ingezet om vaardigheden te leren. Zo zet de automonteur-in-spe een AR-bril op en wordt vervolgens begeleid bij het uitvoeren van onderhoud en reparaties. Er zijn geen taalbarrières die het leren bemoeilijken, dankzij de mogelijkheid van realtime vertalen. Er is meer ruimte voor de individuele leer- en ontwikkelbehoefte van de student. De interesses en drijfveren van een persoon zijn de basis van zijn leerproces. Er zijn geen vaste opleidingen meer; je bepaalt zelf wanneer en wat je wilt leren. Je kijkt wie wanneer welke les aanbiedt (het marktplaatsprincipe) en schrijft daar op in. Het onderwijs wordt aangeboden in de vorm van bouwblokken (niveaus 1 t/m 10). De normen voor ieder niveau worden door de overheid vastgesteld. Examineren doen we niet meer per school: ieder bouwblok heeft een landelijk examen. De student is de beheerder van zijn eigen budget, waarmee hij de verschillende bouwblokken kan financieren. Met zijn selectie van bouwblokken bepaalt de student zelf of hij zich tot generalist of specialist wil ontwikkelen.

Een nieuwe rolverdeling

Het afgebakende beroep van docent bestaat niet meer. Mensen leren van elkaar, hun leven lang. De ene keer ben je docent, de andere keer ben je student. Bij al deze keuzevrijheid is er wel goede begeleiding nodig, zowel onderwijsinhoudelijk als organisatorisch. Deze kan door verschillende mensen worden geboden. Hierin ligt wellicht een mooie adviserende en regisserende rol voor onderwijslogistieke professionals. Voor studenten tot 23 jaar is er een verplichte coach of mentor om hen te begeleiden bij hun leerproces.

Er waren onder de deelnemers meer dan genoeg dromen en ideeën over de school in 2030. Na de lunchpauze probeerde men de vertaalslag te maken naar de onderwijslogistieke processen van planning en roostering. Hoe zouden die eruit kunnen zien over zo’n kleine twintig jaar? Al snel bleek dat het erg lastig is om niet terug te vallen in beperkingen en mitsen en maren. Dromen en realiteitszin gaan nu eenmaal slecht samen. Toch slaagden de deelnemers erin om een aantal interessante vragen en denkrichtingen op het spoor te komen. De inbreng van niet onderwijsprofessional Niels hielp hun daarbij.

Hoe organiseer je planning en roostering voor deze school van de toekomst?

Onderwijs net zo plannen als Uber?

Als iedereen zelf bepaalt wat hij wil leren en wanneer, zou het dan geen goed idee zijn dat gekwalificeerde docenten hun onderwijsaanbod op een digitaal ‘planbord’ zetten? Mensen die deze module willen volgen kunnen daar dan voor intekenen (en betalen ook per module). Net zoals je bij Uber een taxirit kunt aanbieden en kunt vragen. Of moet het zelfs omgekeerd en stellen studenten een leervraag op een platform, waarna een docent deze kan beantwoorden?

Geen docenten meer in vaste dienst?

Als in principe iedereen, mits hij of zij over de vereiste kwalificaties beschikt, op een bepaald terrein docent kan zijn, waarom zouden docenten dan nog in loondienst werken? Als vaste programma’s en opleidingen niet meer bestaan, is het een optie dat docenten zelfstandige professionals worden, niet gelinkt aan een specifieke onderwijsinstelling. Met behulp van digitale toepassingen wordt het plannen en roosteren dan grotendeels gedaan door de docenten en studenten zelf. Alleen voor het toewijzen van onderwijsruimte is nog een planner nodig.

Geen vast schooljaar meer?

Omdat we niet meer zullen werken met jaarklassen en programma’s is het aanhouden van een schooljaar van september tot juli uit de tijd. Een jaarplanning is niet meer nodig. Docenten en studenten kunnen op vakantie gaan wanneer het hun schikt. Het onderwijs vindt veel meer verspreid over het jaar plaats. Dit kan de werkdruk voor docenten aanzienlijk verlichten.

Scholen werken meer samen?

Studenten schrijven zich niet meer in voor een opleiding bij één specifieke onderwijsinstelling. Onderwijsaanbieders blijven wel bestaan en zullen meer gaan samenwerken. Een student die een module volgt bij een onderwijsinstelling kan een volgende module bij een andere onderwijsinstelling volgen. Als onderwijsinstelling hoef je niet alles zelf in huis te hebben. Dit is kostenbesparend.

Organisatie van het onderwijs totaal anders?

Met het verdwijnen van vaste opleidingen komt ook de indeling in onderwijsteams op de helling te staan. Er kan een nieuwe samenwerking ontstaan, een soort instellingsoverstijgend netwerkverband van docenten rondom één discipline of vak.

Tot slot

De bovenstaande overdenkingen lijken futurisch en misschien niet haalbaar. Of toch wel? Veel hangt af van de innovatiekracht van het
onderwijs. Het is de uitdaging om een balans te vinden tussen enerzijds meer individuele vrijheid voor zowel studenten als docenten en anderzijds een vastomlijnde structuur waarbinnen mensen elkaar kunnen ontmoeten, samenwerken en begeleiding kunnen vinden. Na deze dag is wel duidelijk geworden, dat hoe de school van de toekomst er ook uit zal gaan zien, de sociale rol van het onderwijs alleen maar belangrijker wordt.