Opleiden tot ervaren roostermakers

Opleiden tot ervaren roostermakers

Waar decennia geleden de wiskundeleraar net voor de zomervakantie het jaarrooster in elkaar puzzelde, is dat vandaag de dag eerder uitzondering dan regel. Door de complexiteit van het onderwijs is planning en roostering al jaren in handen van een professionele planner en roostermaker. Jeroen Sanders is docent van de opleiding tot roostermaker, onderdeel van het leerwerktraject van Omix. 

Tekst: Henk-Jan Winkeldermaat
Fotografie: Punkmedi
Gepubliceerd in mei 2020

Het idee van de opleiding is even simpel als doeltreffend. Je wordt binnen tien weken opgeleid tot roostermaker, twee dagen per week in Deventer of Amersfoort, met vijf uur aan zelfstudie en zes dagen stage. De opleiding en het lesmateriaal zijn kosteloos en na het behalen van het certificaat word je exclusief door Omix gedetacheerd binnen een onderwijsinstelling.Dat je vervolgens als roostermaker in de praktijk meer doet dan het maken van het rooster en het checken van de beschikbaarheid van docenten, studenten en lokalen, legt Jeroen Sanders uit in dit gesprek.

Wat wordt mij geleerd tijdens de opleiding tot roostermaker?

“Je krijgt als cursist een opleiding tot roostermaker, ofwel voor het voortgezet onderwijs (vo) of voor het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en hoger onderwijs (ho). We leren je om te gaan met roosterpakketten en hoe de onderwijswereld in elkaar steekt. Het is een leerwerktraject waarin je een jaar lang onder onze vleugels ervaring op kunt doen en je zo kunt ontwikkelen tot ervaren roostermaker.

We hebben bewust onderscheid gemaakt tussen de sector vo en de gezamenlijke sectoren mbo en ho, omdat deze twee verschillende takken van sport zijn. Het vo is kleinschaliger, als roostermaker zit je dan vaak alleen. Binnen het mbo en ho zijn de instellingen veel groter, waardoor je werkt binnen een team van roostermakers. Met een heel andere dynamiek.” 

De eerste vijf weken van de opleiding is theorie. En dan?

“De eerste helft richt zich inderdaad voornamelijk op de theoretische achtergrond. De tweede helft van de cursus ligt de nadruk meer op in teamverband werken en het finetunen om de theorie die je hebt gekregen in de praktijk te brengen.” Jeroen krijgt veelal cursisten uit een andere werkomgeving dan de onderwijswereld: “We krijgen cursisten die zich laten omscholen tot roostermaker. Denk daarbij aan mensen die via het UWV komen, of uit het bedrijfsleven, bijvoorbeeld het bankwezen. Ervaring in het onderwijs is niet belangrijk. Belangrijker is dat je bepaalde vaardigheden hebt om te slagen als roostermaker. De onderwijswereld is sociaal en informeel en dat is voor sommige mensen wel wennen.”

Door de flexibilisering is het onderwijs steeds ingewikkelder geworden. Als roostermaker ben ik de spin in dit complexe web. Wat wordt van mij verwacht?

“Van jou wordt verwacht dat je maatwerk levert, op het individu gericht. Het roosteren is daarmee complexer geworden. Daarbij wordt ook verwacht dat je initiatief toont. Belangrijk is verder dat je als roostermaker analytisch bent ingesteld.”

Waar ben je in de praktijk als roostermaker zelf tegenaan gelopen?

“Het lastige als roostermaker is niet zozeer het maken van het rooster, hoewel dat ook een puzzel is die gelegd moet worden, maar het op tijd ontvangen van de juiste informatie. Die informatie kan tegenstrijdig zijn aan elkaar. Het kan zijn dat er bijvoorbeeld door docenten om speciale lokalen gevraagd wordt op gelijktijdige momenten, daar moet je oplossingen voor bedenken.”

Dus als tip voor roostermakers: LSD, Luisteren, Samenvatten, Doorvragen.
En NIVEA: Niet Invullen Voor Een Ander.

Hoe ziet een dag eruit van een roostermaker? Bijvoorbeeld in het voortgezet onderwijs.

In het voortgezet onderwijs is de dagroostering heel belangrijk. Leerlingen hebben nog leerplicht en moeten hun lesuren halen die op jaarbasis worden gegeven. Dat betekent dat lessen soms moeten worden opgevangen door andere docenten en dat kan best lastig zijn. De meeste docenten zijn bereid wat extra’s te doen en lessen op te vangen van collega’s. Dat lukt meestal wel, maar daar heb je als roostermaker een heel grote rol in.

Wat maakt iemand tot een goede roostermaker? Heb je nog tips?

“Wat dodelijk kan zijn voor een roostermaker is het doen van aannames; als je iets niet helemaal zeker weet, vraag er dan op door. Ga niet zelf denken ‘ze zullen dit wel bedoelen’, probeer helder te krijgen wat echt wordt bedoeld. Negen van de tien keer bedoelen ze toch net iets anders. Dus een tip voor roostermakers: LSD, Luisteren, Samenvatten, Doorvragen. En NIVEA: Niet Invullen Voor Een Ander. Ook dat is een belangrijke tip, niet alleen als roostermaker, maar ook in het leven kan je dat enorm helpen.”